gebouw
Het interieur van de Lutherse Kerk is witgepleisterd en voorzien van Ionische pilasters langs de wanden. Het koofplafond is versierd met fijn stucwerk. Het geheel is uitgevoerd in de Hollandse Lodewijk XV-stijl.

Bovenop het orgel troont koning David met zijn harp, geflankeerd door musicerende engelen.

In 1911 werden de koperen kroonluchters bekostigd uit giften van gemeenteleden ter herdenking van twee heuglijke feiten: 300 jaar Lutherse Gemeente in Den Haag en 150 jaar gemeente in dit gebouw. Rond 1824 had de kerk olieverlichting, later (rond 1854) was dit gasverlichting.intnew_klein

De monumentale kerk is overdekt door één dak, dat rust op een bijzonder zwaar samenstel van schuin en loodrecht geplaatste steunpalen en stutten. Deze worden door beugels bij elkaar gehouden. De trekbalk, waar de gehele dakconstructie op rust, heeft een overspanning van maar liefst 17.80 meter.

Het oorspronkelijke dak had twee zakgoten. Bij brede gebouwen, zoals dit, was dat nodig, omdat men toen geen plat dak kon maken. Vanaf de zakgoten werd het water naar de zijgoten afgevoerd, zodat er over de zolder zogenaamde “Keulse goten” liepen. Onder het huidige ‘platte’ dak zijn hiervan nog sporen zichtbaar.

Liturgisch centrum

Zoals gebruikelijk in de Lutherse kerken, staat het liturgisch centrum centraal. In de koperen bogen aan weerszijden is het verhaal van ‘Jona en de walvis’ uitgebeeld.
altaart_kleinjonas_klein

De altaartafel dateert uit 1956. De twee voeten aan de smalle zijden van de tafel zijn voorzien van beeldhouwwerken, voorstellende de broden, korenaren en vissen. Symbolen van de oudchristelijke kerk.

De lezenaar op de preekstoel behoort oorspronkelijk op het doophek.

Hertogen- of prinsenbank

Bij de bouw van de huidige kerk moest rekening worden gehouden met de wensen van enige belangrijke heren, die een bijdrage aan de bouw van de kerk hadden geleverd. Het betrof hier vooral diplomaten van Duitse komaf. Zo ook de Vorst van Nassau-Weilburg (de latere echtgenoot van Prinses Carolina van Oranje en dus zwager van de latere erfstadhouder Prins Willem V). Deze wenste geen onderscheid in zitplaats, zolang hij maar naar behoren kon zitten.

De Hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel echter kreeg wel zijn eigen bank. Hoewel hij te kennen gaf de zetel liever bij de uitgang te hebben, verkoos de kerkenraad toch de oorspronkelijke bouwtekeningen aan te houden en de bank in het midden te plaatsen. De klok werd er gelijktijdig bovenop geplaatst.

Grafmonument (balkon)

In 1707 mag Carel (Karl) Wilhelm Baron Sparre met speciale toestemming in de kerk worden begraven. Oorspronkelijk was zijn stoffelijk overschot in het liturgisch centrum bijgezet, waar ook het grafmonument te vinden was. Later is het verplaatst. De Latijnse tekst op het monument luidt:

“Ter zalige nagedachtenis aan Vrijheer Baron Karl Wilhelm Sparre, geboren uit een oude en bij de Zweden zeer goed aangeschreven familie, die, aangesteld tot generaal over de legers van de met ons verbonden Zuidelijke Nederlanden en tot gouverneur van Oostende en het omliggende platteland, dapper strijdend in de slag bij de Tenne, vlak voor het behalen van de overwinning, dodelijk getroffen werd en vervolgens op 27 oktober 1709 een roemrijke dood stierf, wensen zij die dit gedenkteken hebben laten oprichten, dat u die (wie u ook bent) hier langs komt, wordt geprikkeld tot de moed, het scherpe inzicht, de rechtschapenheid van een zo groot man”.

In 1710 werd begraven in de kerk voor iedereen mogelijk.